We zijn nog steeds bezig met het snoeien van de bomen in de sinaasappelboomgaard, en het zal nog wel even duren ook. Dat maakt dat ik op een heel andere manier naar de bomen ga kijken.

  1. Ik kan van een afstand kijken naar de boomgaard als totaal kijken, naar de structuur van de rijen, hier en daar onderbroken door een grotere opening of een ander soort boom, die het ritme onderbreekt.
  2. Ik kan naar elke boom afzonderlijk kijken, naar de vorm, de richting van de takken, de delen die meer open of dicht zijn.
  3. Ik kan kijken naar de bladeren, die lichter of donkerder van kleur zijn, onderling kleine verschillen van vorm hebben, heel of aangetast door rupsen.
  4. Ik kan kijken naar de nerfstructuren binnen elk blad, of zelfs met een microscoop naar de cellen van de bladeren.

Op elk niveau waarop ik kijk, zie ik complexiteit en structuur. Elk niveau is even complex, maar op een eigen manier, dat is het bijzondere van de natuur. Het zijn werelden in werelden. Het is een complexiteit die we herkennen, ook als we het in kunstwerken tegenkomen:

1. Je bekijkt het kunstwerk vanaf een afstand. Je komt de ruimte binnen waar het hangt of staat, en je ziet een globaal overzicht van het kunstwerk: de combinatie van kleuren, de compositie, de verdeling van licht en donker. Vergelijk dit niveau met het bekijken van de totale boomgaard. Thuis kun je dit nabootsen door een foto van het kunstwerk in de galerij van je telefoon als minifotootje te bekijken.

2. Als je dichterbij komt en voor het kunstwerk staat, zie je hoe de kleuren op elkaar inwerken, je ziet meer details binnen de grote compositievormen. Je bekijkt ‘de boom’. Je kunt ook met een flink kader over je werk gaan, zodat je steeds een ander deel ziet, met steeds een eigen compositie.

3. Als je met je neus op het werk staat, heb je het overzicht niet meer en zie je alleen kleine abstracte composities, texturen en kleuren. Je ziet dingen die je van een afstand niet kon zien, maar die het werk zijn eigenheid geven. Je kijkt nu op ‘bladniveau’. Je kunt ook met een klein kader over je werk gaan en elk stuk bekijken alsof het een totaal kunstwerk was.

4. Met een vergrootglas zie je nog meer, bijvoorbeeld: bij textiel de draden en vezels die het oppervlak vormen (harig, lusjes of glanzend), bij steen de ‘korrel’ van de steen, bij verf de dikte van de verflaag en de sporen van de haren van penseel. Je ziet op dit niveau onverwachte kleuren, die samen met naastliggende kleuren een bepaalde sfeer geven. Ook hier weer een veelheid aan micro-composities, met meer reliëf en dramatischer dan op de voorgaande niveaus.

Visuele complexiteit op verschillende schalen in een kunstwerk geeft een ervaring alsof het kunstwerk ‘leeft’, alsof je de natuur bekijkt. Micro-views zijn dan net zo aantrekkelijk en complex als het totale kunstwerk. Dan blijven nieuwe werelden zich openen.

Is jouw werk op alle niveaus interessant?