Tegenwoordig is het supergemakkelijk om een foto te maken en weer te deleten als het beeld je niet bevalt. Klik klik klik, gewoon maken die foto’s, dan zien we later wel welke we houden en welke we weggooien.

Weet je nog dat je met een belicht fotorolletje naar de fotozaak of de Hema ging en de afgedrukte foto’s dan een paar dagen later kon ophalen? Je had meestal geen idee meer wat er op die foto’s stond, want soms zat een rolletje een paar maanden in je toestel. Leuke verrassing dus! Of soms diepe teleurstelling, omdat geen enkele foto er goed uitzag en je toch een flink bedrag had betaald.

Fotografie is uitgevonden halverwege de 19e eeuw. In 1888 werd de eerste camera met rolfilm voor fotografen op de markt gebracht, in zwart-wit, en pas in de jaren 60 konden consumenten kleurenfoto’s maken. In 1981 werd de eerste digitale camera verkocht en tegenwoordig heeft elke smartphone een supersonische digitale camera.

De klassieke kunstopleidingen leerden kunstenaars ‘naar het leven’ te werken in hun kunst. Logisch, want fotografie bestond nog niet óf het was veel te duur. En toen fotografie vanaf de jaren ’60 binnen ieders bereik kwam, hadden kunstenaars sneller een aantal schetsen gemaakt dan dat ze foto’s maakten en wachtten op het ontwikkelen en afdrukken.

Kunststudenten leerden dus te tekenen, schilderen en beeldhouwen door te kijken naar objecten, modellen en landschappen die ze in het echt zien. Moderne kunstenaars werken steeds vaker van foto’s. Hoewel foto’s heel handig zijn voor het vastleggen van snel voorbijgaande dingen, naar een foto kijken is écht anders dan kijken naar iets dat voor je neus staat!

Met je ogen zie je meer én minder dan een camera.

Een camera kan een plek in een milliseconde ongelofelijk gedetailleerd vastleggen, maar het beeld heeft geen diepte en selecteert niet waar je je aandacht op wilt leggen. Alles op de foto is even duidelijk en gedetailleerd in beeld gebracht. Als je een struik met bloemen wilt vastleggen, krijg je er ‘gratis’ de hele omgeving bij; de focus op de bloemenstruik is op de afdruk totaal verdwenen. Alleen door overlappingen zie je een soort diepte.

Wij kunnen maar op één ding tegelijk focussen, de rest zien we vager en pas als je je blik verlegt, zie je een ander deel van je beeldveld scherper. Door op iets in je blikveld te focussen, zien we het scherper, gedetailleerder en met meer kleur en contrast. Alles daar omheen zie je in een soort ‘soft-focus’. Ook al ben je je niet bewust dat het meeste dat je ziet onscherp en onduidelijk is, toch heeft het invloed op je kunst. (1-0 voor de camera)

Het schilderij hierboven is van Edgar Degas (‘Vrouwen op het terras van een café’). Degas schildert zoals je kijkt: de vrouwen zie je redelijk scherp, maar de mensen op straat en de winkels aan de overkant zijn vaag en schimmig. De winkelende mensen hebben niet eens een duidelijk hoofd of benen. Zó werken je ogen! Als dit tafereel van een foto was nageschilderd, had je veel meer details kunnen zien en was alles scherp geweest, maar het schilderij had er statisch en levenloos uitgezien.

Waar je veel beter in bent dan camera’s, is diepte zien. Je ziet de wereld driedimensionaal. Als je met je ogen kijkt, heeft een boom volume; de takken steken naar opzij, maar ook naar voren en achteren. We kunnen afstanden schatten. (Tussenstand: 1-1)

Je ogen kunnen zich aanpassen aan de blootstelling aan licht. Je kunt een tafereel object voor object bekijken, terwijl je ogen zich aanpassen aan het licht, zodat je de toonwaarde en kleurverhoudingen goed ziet. Als er zowel donkere schaduwen als scherpe lichte vlakken tegelijk te zien zijn, kunnen je ogen toch details zien. (1-2 voor je ogen)

Camera’s kiezen één belichting die voor het hele tafereel wordt gebruikt. Sommige delen zijn dan onderbelicht en andere overbelicht, waardoor details wegvallen. Als schilderijen van Rembrandt van een foto waren nageschilderd, waren de schaduwpartijen helemaal zwart geweest, terwijl er nu nog allerlei details te onderscheiden zijn.

Je ogen winnen dus; ze kijken veelzijdiger dan de camera!

Kunstenaars die alleen van foto’s werken, kopiëren de ‘mankementen’ van camera’s. Dat zie je meestal duidelijk. Gebruik daarom altijd ook je eigen, unieke menselijke kijk op je onderwerp. Ook al zijn foto’s reuze handig als referentiemateriaal, ze zijn geen vervanging voor een echte observatie. Jouw ogen werken anders dan een cameralens. Om echte, oprechte en originele kunstwerken te maken zou je als kunstenaar altijd moeten overwegen om naar observatie te werken.