‘Handlettering’ is momenteel ‘hot’. Er verschijnen tientallen oefenboeken tegelijk over dit onderwerp. Een dichtregel, een woord, een naam, soms zelfs een hele tekst of gedicht – ik zie vaak teksten, verwerkt in kunstwerken. Hoewel een beeldend werk voor zichzelf spreekt, kan een tekst toch een mooie en waardevolle aanvulling zijn.

Maar: net als je signatuur is zo’n tekst onderdeel van het beeld dat je neerzet. De tekst maakt deel uit van de compositie. Je kunt niet zomaar ergens gaan schrijven, je moet er met de compositie rekening mee houden. Als je bewust kiest, kan tekst geweldig meewerken om je idee over te brengen.

Een paar vragen om over na te denken voor het gebruik van tekst in een kunstwerk:

1. Houd altijd rekening met wat je wilt bereiken met de tekst. Is het belangrijk voor je dat de kunstkijker je tekst leest, omdat hij het werk anders niet begrijpt? Dan moet het duidelijk leesbaar zijn en op een opvallende plaats. Of is de tekst meer symbolisch bedoeld? Dan kunnen de letters door elkaar dwarrelen, zodat alleen jij weet wat er staat.

2. Letters hebben prachtige vormen! Groot opgeblazen kunnen ze een lekker deel van je werk vullen. Denk aan letters als aan abstracte vormen om ze een goede plek te geven. Dik, dun, alles kan.

3. Kun je de tekst in het bestaande beeld integreren? Dat kan heel gaaf zijn. Je schrijft bijvoorbeeld een jasje vol met woorden die gaan over mode, stijl, textiel enzovoort. Je schrijft de woorden in schaduwpartijen dichter op elkaar dan in lichte delen. Of je schrijft gedachten als haren uit een hoofd.

4. Kies je voor je eigen handschrift, of neem je ‘drukletters’? Het effect kan heel verschillend zijn en afhankelijk van je handschrift makkelijker of moeilijker leesbaar. Handschrift maakt het persoonlijker maar soms ook primitiever, drukletters iets afstandelijker maar ook zakelijker. Onleesbaar krabbelen kan ook een functie hebben. Wat wil je uitstralen?

5. Schrijf je in hoofdletters (kapitalen)? Dat geeft meer nadruk. Of in kleine letters (onderkast)? Schrijf je rechtop of cursief, wat er iets eleganter uitziet? Of gebruik je alle vormen door elkaar?

6. Letters, zinnen en teksten hebben een eigen vorm. Een woord of een zin vormt een lijn. Waar plaats je die lijn? Laat je hem meegaan met een andere vorm in het beeld? Vormt hij een verbinding tussen twee vormen? Of krijgt hij een zelfstandige plek? Een woord of tekst kan ook een vlak vormen met een eigen vorm. Waar plaats je die vorm, zodat hij meespeelt in de totale compositie?

7. In welke richting schrijf je de woorden? Gewoon horizontaal (zorg er dan voor dat de regel ook echt recht is), verticaal, diagonaal of verspreid over het beeldvlak? Gekanteld? Buitelend over elkaar?

Samenvattend: ga niet zomaar schrijven in je kunstwerk, maar zorg dat je tekst echt meewerkt in de totale compositie en het beeld versterkt. Ook je handtekening of signatuur hoort daarbij. Succes en veel plezier ermee!