De meeste mensen hebben het volgende idee over hoe kunstenaars hun kunst maken: een idee komt zomaar kant-en-klaar in het kunstenaarshoofd op als een geweldige vondst. Plop! Het lege canvas of de ruwe bonk klei wacht tot die inspiratie komt aanwaaien; vervolgens maakt de kunstenaar het kunstwerk in één nacht.

Een beetje kunstenaar wordt dus gezien een soort geniale ‘superschepper’. Hij heeft wérkelijk talent en dat komt er in één keer uit, als een golf.

Als het maken van kunst bij jou niet op deze manier werkt (en ik kan je wel verklappen dat dat bij niemand het geval is), dan ga je denken dat je niet genoeg talent hebt voor het maken van kunst. Als er geen geniaal idee zomaar komt aanwaaien, dan móet er wel sprake zijn van een blokkade. Je gaat je afvragen of het wel zin heeft dat je bezig bent met het maken van kunst.

Hoor jij jezelf wel eens zeggen: “Ik heb nu gewoon even geen inspiratie!”, om dan iets anders te gaan doen? Het klinkt als een heel goede reden, want als je geen inspiratie hebt, kun je natuurlijk geen kunst maken, toch?

Uit deze uitspraak blijkt dat je gelooft dat er een kracht buiten jezelf zou moeten komen om je te geven wat je nodig hebt om te schilderen, boetseren, etsen, borduren, of welke techniek jij dan ook gebruikt.

Maar in werkelijkheid werkt het niet zo. Kunstenaars zijn niet genialer dan jij. Hun ideeën komen niet zomaar in hun hoofd. Daaraan gaat een heel proces vooraf.

Als je intensief met een onderwerp bezig bent, en je brein daarna even rust gunt, legt je brein in die rustperiode verbindingen met andere delen van je brein en krijg je een idee. Eureka! Dat idee lijkt plotseling ‘uit het niets’ te komen, op een moment dat je wat rondlummelt, maar in werkelijkheid had het idee niet kunnen ontstaan zonder al je voorwerk.

Gewoon aan het werk gaan is dus noodzakelijk om nieuwe inzichten te krijgen. Ga schetsen, afbeeldingen bestuderen, materiaalproeven doen, experimenteren met kleurcombinaties; doe alles waarvan je denkt dat het kan bijdragen aan een nieuw kunstwerk! En ga dán wandelen, douchen, naar de sauna, sporten of doe iets anders waarvan je brein tot rust komt. Meestal komt er dan een goed idee naar boven, een oplossing voor je beeldende probleem. “Oh, als ik het nou eens zó probeer…!”

Zeg dus nooit meer “Ik heb even geen inspiratie”, maar ga gewoon aan de slag. Dan pas krijgen ideeën een kans! Succes!