Je kent het vast wel: een vriend of kennis komt onverwacht bij je thuis of op je atelier en ziet waar je mee bezig bent. Misschien is het wel je partner of een familielid. Je kunstwerk heb je ergens op een duidelijk zichtbare plek neergezet of opgehangen, zodat je er regelmatig naar kunt kijken om te bepalen of je het ‘af’ vindt.

Je voelt je nog wat onzeker over je werk, en om je ongemak te verhullen flap je eruit: ‘En, wat vind je ervan?’ Waarop vriend/kennis/partner/familielid lekker losgaat: ‘Nou, het is wel een beetje somber, als ik jou was, zou ik dit en dit veranderen, het is wel een beetje erg saai/bont/groot, hier moet je echt wat oranje toevoegen, en dat hoofd klopt niet, het is duidelijk nog niet af.’

Als je dan niet sterk in je schoenen staat, vergaat je alle lust om het werk af te maken. Misschien heeft hij/zij wel gelijk. Onbewust gaat je brein verder: ‘Misschien heb je toch geen talent. Misschien ben je toch geen echte kunstenaar. Je kunt er niets van! Weer materiaal en tijd verspild.’

Dan hoor je jezelf ook nog dingen zeggen om jezelf te verdedigen. ‘Nee, het is nog lang niet af joh, dit is pas de opzet, dit en dit moet ik nog doen.’

Zo gaat het vaak. Iemand geeft commentaar op je werk, jij voelt je onzeker. Het voelt niet goed om de tips van de commentator uit te voeren, maar je voelt je ook niet meer tevreden over je werk. Het is een gemiste kans, want juist door het praten over je kunst kan je werk sterker worden.

Dit is wat je kunt doen om altijd met een tevreden gevoel over je kunst te praten:

1 Wees je er allereerst van bewust dat iedereen een andere smaak heeft, andere dingen mooi vindt in kunst. Als iemand iets zegt over jouw werk, zeggen ze dat altijd vanuit hun eigen perspectief. Simpel gesteld: houden ze van rood, dan vinden ze jouw blauwe kunstwerk dus niet mooi, ook al is dat het beste werk dat je ooit hebt gemaakt. Dat geldt voor elk aspect van je werk. Je kunt de smaak van mensen leren kennen door hun commentaar aan te horen. Maar die opmerkingen hoeven helemaal niet terecht te zijn.

2 Zorg vervolgens dat je precies weet waar je staat in je kunstontwikkeling. Ken je eigen kunst, weet waar je met je kunst over een paar jaar wilt staan, ken je sterke kanten en je ontwikkelpunten. Weet goed wat je wilt uitdrukken met je werk. Dan kun je elk commentaar, positief of negatief, op waarde schatten.

3 Zijn punt 1 en 2 in orde, dan kun je het gesprek aangaan. De beste vraag die je het eerst kunt stellen aan iemand, als je zijn/haar mening wilt weten: ‘Wat werkt voor jou in dit kunstwerk?’ Je dwingt de kijker dan om positieve punten in het werk te noemen. Dat is altijd fijn om te horen, en het is vaak verrassend dat iedereen iets anders waardeert aan je werk. Voorbeeld: ‘Voor mij werkt deze kleurcombinatie super goed, en die lijnen daar vind ik heel spannend.’

4 Een goede tweede vraag is: ‘Wat heb je nog nodig in dit werk?’ Dat geeft iemand de kans toch ‘negatieve’ punten aan te geven, maar op een positieve manier. Je nodigt de kijker in feite uit om jou tips te geven. Voorbeeld: ‘Voor mij zou er nog wel wat meer licht-donkercontrast in mogen, en op deze plek zou ik nog wel wat meer van die cirkels willen.’

5 Terwijl je luistert naar ‘wat werkt’ en ‘wat heb je nog nodig’, kun je bij elke opmerking bepalen of die nuttig is voor je of niet. Helpt de opmerking je in je kunstontwikkeling? Zo nee, vergeet hem dan direct, en zo ja, dan kan dat een interessant punt zijn om je eens in verdiepen, wellicht kun je ervan leren. Misschien heeft de kijker je op een blinde vlek gewezen, en gaat je werk met sprongen vooruit

Luister wel naar het commentaar van mensen die je door en door kennen, die je kunstontwikkeling kennen en die precies weten wat je doel is met je kunst. En dan nóg kun je beter wat eigenwijs luisteren, want ook die mensen hebben een eigen smaak.

Hoe sterk sta jij al in je schoenen? In een persoonlijk traject kan ik je daarmee helpen.