Laten we eerlijk zijn: de wereld is niet zo’n mooie plek op dit moment. Mensen zijn meer verdeeld dan ooit over de meest uiteenlopende onderwerpen. Landen vechten met elkaar met wapens of met economische sancties. Het is een grote puinhoop.

In de kunstwereld wordt al decennia lang op een andere manier oorlog gevoerd: een smaakoorlog. ‘Kunstkenners’ buitelen over elkaar heen om te vertellen wat volgens hun ’goede smaak’ is in de kunst, en welke kunst je wel of niet zou moeten kopen.

Er zijn geen regels over wat kunst is, en al helemaal niet over wat ‘goede’ of ‘slechte’ kunst is. Je vindt het ene kunstwerk super aantrekkelijk om te zien, het andere interesseert je niet. Dat maakt het eerste kunstwerk niet beter dan het tweede; het zegt vooral iets over jou, over jouw manier van kijken, jouw voorkeuren en jouw smaak.

Ook museumdirecteuren en galeriehouders hebben een eigen smaak, maar die laten ze niet vaak zien. Ze hebben vaak een heel mooi verhaal over hun verantwoorde kunstenaarskeuze, maar ze praten vooral elkaar en de kunstcritici na en zijn zelf erg bang om uit de toon te vallen.

Lange tijd werd abstracte kunst ‘hoger’ geacht dan realisme. Gelukkig wordt realisme inmiddels wel weer geaccepteerd, maar er wordt toch nog stiekem een beetje op neergekeken door de ‘hoge kunstheren’. Het publiek waardeert realistisch werk duidelijk wel: museum More (met alleen realistisch werk) heeft heel hoge bezoekersaantallen, ook al zit het niet in een grote stad.

Het is in de geschiedenis vaak voorgekomen dat mensen gniffelden dat een kunststroming geen kunst was, maar ‘slechte smaak’. Later moesten ze hun woorden inslikken. Het is nu moeilijk je voor te stellen dat men in 1874 impressionistische schilderijen scherp, onaf en lelijk vonden.

‘Goede smaak’ gaat vaak helemaal niet over kwaliteit, maar over macht en conformiteit. Wie bepaalt wat goede of slechte smaak is? Meestal diezelfde ‘hoge kunstheren’, samen met een handvol rijke kunstverzamelaars. Zij bepalen wie in de grotere galeries komen, in de musea, en van welke kunstenaars het werk veel opbrengt.

Elk tijdperk heeft zijn eigen smaakpolitie. Gelukkig veranderen de tijden: door internet heeft de internationale smaakpolitie steeds minder invloed op het kunstpubliek. Die zien op internet ook dat er andere kunst bestaat dan ze in de galeries en musea tegenkomen – misschien zien ze jouw werk wel op Instagram. Je kunt nu volgers en kopers uit de hele wereld aantrekken.

Mensen willen gewoon mooi werk zien. Schoonheid, daar komen ze op af. Juist in deze tijd. Alle bezielde kunst kan mensen aanspreken.

Trends zijn wispelturig. Mensen kopen kunst die ze raakt, waarmee ze meer tijd willen doorbrengen in hun eigen huis, niet omdat een kunstmagazine schrijft dat het ‘hot’ is. De hoge kunstheren proberen de touwtjes in handen te houden, maar er raken steeds meer draadjes los.

Jij zal als kunstenaar je eigen weg moeten vinden in deze wereld vol smaakoorlogen. Wees niet bang! De kunstenaars die het gelukkigst zijn, zijn degenen die hun passie volgen en maken wat zij zelf mooi vinden, zonder compromissen te sluiten om in de smaak te vallen. Ze maken kunst om de wereld een beetje mooier te maken. Juist nu heeft de wereld dat hard nodig.

Blijf jezelf trouw, Marjolein, ook al vinden anderen misschien dat je ‘slecht’ werk maakt. Vind je eigen weg, vertrouw op je eigen ogen. Maak kunst die in jouw ogen supergaaf, inspirerend en opbeurend is. Dat doet niet alleen jou, maar de hele wereld goed.

Groetjes,
Marjolein