In de aanloop naar het geweldige Textiel Festival in Amersfoort, dat vorige week plaatsvond, mocht ik een minicursus over het vinden van je eigen stijl en een online lezing over je creatieve temperament verzorgen.
Over het hebben van een eigen stijl zijn veel misverstanden. Ik krijg regelmatig te horen van kunstenaars dat ze zich beknot voelen als ze ‘altijd hetzelfde trucje moeten doen’. “Ik wil alles kunnen doen waar ik zin in heb”, zeggen ze. Maar die kunstenaars hebben niet begrepen dat daarin juist je eigen stijl schuilt!
Je eigen stijl – de naam zegt het al – zit in alle dingen die je van nature al doet:
- Het zit in de manier waarop je je kwast vasthoudt, hoe hard je op je potlood drukt, de vingerafdrukken die he achterlaat in de klei, de grofheid of fijnheid waarmee je hakt in steen
- Het zit in jouw visie op wat een goed kunstwerk is, de criteria die je daarbij voor jezelf hanteert
- Het zit in de ideeën die je hebt en de onderwerpen die je kiest vanuit jouw oorspronkelijkheid, de manier waarop jij naar de wereld kijkt
- Het zit in de kennis die je hebt verzameld in je leven, waaruit je put voor je creativiteit. Je kunt niet buiten je eigen kaders denken, tenzij je die kaders eerst oprekt en dus meer kennis en ervaring vergaart.
- Het zit in je visuele voorkeuren, in de beeldelementen die je belangrijker vindt en meer aandacht geeft dan andere
- Het zit in je creatieve temperament, de persoonlijke manier waarop je het creatieve proces aanpakt
Je hoeft dus in feite alleen maar je hart te volgen, dan heb je vanzelf een eigen stijl. Naar zit niets van een ‘trucje’ in, en het kan je op geen enkele manier beperken. Als je precies doet wat je leuk vindt, heb je je eigen stijl te pakken.
Waarom is dan het vinden van een eigen stijl voor veel mensen zo moeilijk?
Dat komt doordat je wordt tegengewerkt door je persoonlijke kwelmonsters, die vinden dat je je naar de wensen of eisen van anderen moet plooien. Beperkende overtuigingen en vragen als:
- Is dit wel ‘goede’ kunst, ‘echte’ kunst?
- Ben ik wel een kunstenaar? Ik heb niets bijzonders te vertellen. Ik ben een onbetekenend persoon
- Mijn familie/partner/vriendin/kunstgroep vindt het maar niks als ik zoiets maak (en je past het werk aan zodat het wel ‘kan’ of ‘mag’ of ‘in de smaak valt’)
- Een schilderij hoor je te maken op rechthoekig canvas (terwijl er veel meer en uniekere mogelijke ondergronden voor verf bestaan)
Zo kan ik nog wel even doorgaan. Je past je werk aan de smaak van anderen aan. Je hebt je in je leven zoveel aan alles en iedereen aangepast, dat je niet meer weet wat je eigen mening is, net als je opvatting over mooi en lelijk.
Om je eigen stijl te kunnen vinden, is het belangrijk om heel precies naar jezelf te kijken. Wat zijn jouw eigen voorkeuren en wat is je aangeleerd of aangepraat door anderen?
En dan is er natuurlijk nog het ‘beeldtaalprobleem’: op school leer je alles tot in detail over taal en rekenen, maar over de effecten van beeldelementen als kleur, vorm en licht leer je op school nauwelijks iets. Het is niet makkelijk om je ideeën vorm te geven, als je niet veel over vorm weet.
Je eigen stijl zal je dus nooit beperken! Je beperkende overtuigingen doen dat wel. Je kunststijl ontwikkelt zich met jou mee, met je ideeën, je opvattingen, je kijk op het leven. Maar toch blijft je werk uiterlijk meestal herkenbaar. Dat kan komen door een bepaalde kleurkeuze, door eenheid in materiaal of door een vorm die je veel hanteert.
Een eigen stijl zet je niet vast, maar zorgt er juist voor dat je je binnen jouw wensen en mogelijkheden zo veel mogelijk kunt ontwikkelen. Het is een groot voordeel als je je bewust bent van jouw unieke stijl: je kunt die stijl verdiepen, verrijken, overdrijven zelfs, om jouw unieke geluid nog duidelijker te maken en je binnen jouw eigen kaders helemaal los kunt gaan, met veel plezier en tevredenheid.
Ben jij al vrij van beperkende gedachten?