Het brood hier in Paraguay is niet lekker. Het is te zacht, te zoet, het heeft geen ‘body’. We kochten daarom brood bij een Zwitserse boerin hier in de buurt, maar die is ermee gestopt. Noodgedwongen ben ik zelf brood gaan bakken. Na een mislukte zuurdesemstarter heb ik besloten het eerst maar eens met gist te proberen.
Het eerste brood, van een beginnersrecept, was nét niet gaar. Het deeg van het volgende brood bleef hardnekkig aan mijn vingers kleven, en bij het bakken wilde het niet bruin worden (wel gaar gelukkig!). Daarna probeerde ik een combinatie met volkorenmeel, maar toen ik dat pak openmaakte, bleek het ontzettend grof te zijn, bijna pure zemelen. Tsja, toch gebakken, maar op dat brood moesten we wel erg lang kauwen. Deze week volgt een nieuwe poging.
Steeds een nieuwe poging om te verbeteren, zo gaat het ook als je kunst maakt. Een kunstwerk maken is per definitie het nemen van een risico. Je wilt iets maken wat nog niet bestaat, iets totaal nieuws, dat is al niet gemakkelijk. Elk nieuw werk kan mislukken, dat is gewoon zo. Maar een echt vreselijk slecht kunstwerk maken, is honderd keer beter dan helemaal geen kunstwerk maken!
Het zijn juist de slechte kunstwerken die je leiden naar de goede.
Elke minuut die je werkt, geeft je meer ervaring en helpt je naar meesterschap. Goed en slecht werk telt allebei mee. Van slecht werk leer je zelfs meer dan van goed werk. Je leert beter te kijken, je leert bepalen wat je wel of niet bevalt en wat je dus wel of niet in je werk wilt laten zien.
Er bestaat zelfs een ‘Instituut voor Briljante Mislukkingen’, met deze definitie: ‘Een Briljante Mislukking is een goed voorbereide poging omwaarde te creëren, maar met een andere uitkomst dan gepland en een leereffect’. De Chief Failure van het instituut, Paul Iske, zegt: ‘Het loopt altijd anders, dat is een natuurwet.’
Dat is alles: een mislukt kunstwerk is een kunstwerk met een andere uitkomst dan gepland. Blijf jezelf uitdagen, nieuwe dingen proberen, totdat je kunstwerken maakt waarover je tevreden bent. Wees dus niet bang voor het maken van slecht werk.
Gooi een mislukt werk niet zomaar weg! Analyseer eerst goed wat precies je niet bevalt, wat je een volgende keer anders kunt doen om wel tevreden te zijn. Het moet zitten in een van de 5 beeldelementen waarmee je als kunstenaar werkt: kleur, vorm/lijn, licht, textuur, of ruimte(lijkheid). Vanuit die elementen maak je als kunstenaar combinaties die je wel of niet bevallen.
Omgaan met mislukkingen is niet makkelijk, maar het kan je veel brengen. Je had een verwachting van je werk, die niet is uitgekomen. Je leert dat mislukt werk erbij hoort, dat je werk moet verzetten om beter te worden. Je leert waar groeimogelijkheden in je werk zitten. Je ziet verbeterpunten, krijgt zin om die uit te proberen in een volgend werk. Elke verbetering brengt je dichter bij meesterschap.
Ik was best gefrustreerd toen ik een kwartier nodig had om het kleverige deeg van mijn handen te wassen. Maar het was wel duidelijk dat ik teveel water of te weinig meel had gebruikt. Dat gebeurt me niet nog een keer. Dat brood was een noodzakelijke stap naar een beter en lekkerder brood.