Kijk dan! Kijk-es! In het vakantiehuisje tegenover ons woont een gezin met twee kleine meisjes van twee en vijf jaar oud. Die komen regelmatig buurten bij ons, even spelen, tekenen of gewoon kletsen. Ze vragen, net als alle kleine kinderen, veel aandacht. Kijk hier! Kijk dit! Kijk wat ik doe! Kijk wat ik kan! Kijk mij! Kijk wat ik heb gemaakt! Ze willen graag erkenning, goedkeuring en waardering. Ze willen gezien worden.
Ieder kind wil graag aandacht, om te voelen dat het erkend en gewaardeerd worden, dat het ertoe doet, allereerst door je ouders en door leraren. Maar die mensen hebben ook weleens iets anders aan hun hoofd, dus elk kind voelt zich wel eens afgewezen.
Daar kunnen kinderen op verschillende manieren op reageren. Ze kunnen gewoon harder of vaker roepen, op een positieve manier (vrolijk en vriendelijk, maar aanhoudend) of op een negatieve manier (boos worden, stampvoeten, schreeuwen, huilen, zeuren). Een andere manier om te reageren is dat kinderen zich in zichzelf terugtrekken (mokken, afgewezen voelen). Hoe dan ook, ze eisen de aandacht op. Het ene buurmeisje bleef lief glimlachen en aandringen, de kleinste ging meteen schreeuwen om aandacht.
Kunstenaars willen dat hun kunst gezien wordt. Exposeren is een van de manieren om hun werk te laten zien, net als bijvoorbeeld posten op de sociale media. Het is een volwassen manier om ‘Kijk es’ te roepen. En logisch dat ook kunstenaars graag erkenning willen. Liefst willen ze ook nog dat hun kunst begrepen wordt.
Het laten zien van hun werk is voor veel kunstenaars erg lastig. Ze willen graag erkenning, dat hun werk ertoe doet, maar zijn bang dat ze dat niet krijgen. Eén kritische opmerking maakt dat ze uit het veld geslagen zijn, ook al hebben ze daar tegenover duizend complimenten gehad. Het kleine kind komt direct naar boven met de reactie van vroeger (boos worden, huilen, mokken,…).
Op school en in de maatschappij wordt ons afgeleerd om je kop boven het maaiveld uit te steken. Je mag niet opvallen, niet eruit springen, niet anders zijn dan anderen, niet teveel vragen stellen, anders vinden ze je vervelend, een lawaaischopper of stronteigenwijs en word je sociaal uitgesloten. Eigenlijk mag je dus niet echt jezelf zijn.
Maar als kunstenaar wordt juist van je verwácht dat je uniek en opvallend werk maakt, dat je er wél uitspringt, dat je origineel bent en juist anders bent dan anderen. Dat je jezelf laat zien, ook al is je dat ooit afgeleerd. Dat is een grote tegenstelling met de dagelijkse wereld en dat maakt het niet makkelijker, zeker als je in je kindertijd die erkenning nooit hebt gekregen.
Ik hoorde in een podcast een vrouwelijke ondernemer vertellen dat ze als commentaar had gekregen dat ze ‘wel erg vol van zichzelf was’. Mensen hebben erg de neiging elkaar af te branden. Maar deze ondernemer vatte het positief op: eigenlijk zou iedereen ‘vol’ van zichzelf moeten zijn, precies moeten weten wie je bent en waar je voor staat. Puur jezelf laten zien. Hoe mooi zou het zijn als iedereen vol van zichzelf was, uniek op een eigen manier, en dat iedereen daar waardering voor had. Maar dat wordt ons helaas afgeleerd – liefst blijf je een middenmoter.
Als kunstenaar is dát wat je te leren hebt om stevig in de wereld te kunnen staan: persoonlijke ontwikkeling. ‘Jezelf zijn’ is in de wereld van vandaag niet makkelijk. Jij bent uniek, je kunst is uniek, en natúúrlijk mag je om aandacht voor je kunst vragen. Of je waardering krijgt, heb je niet zelf in de hand. Wat mensen van je vinden, kun je ook niet sturen.
Sommigen zullen je werk waarderen: die herkennen de emotie waarmee je het hebt gemaakt, de intentie raakt hun gevoel. Anderen vinden je werk niks. Dat is ook prima, die hebben op dat moment iets anders nodig. Ook daarin is iedereen uniek. Het heeft dus geen zin om te schreeuwen om aandacht bij de verkeerde mensen. Vind je eigen publiek, de mensen die waarderen wat je maakt. En die mensen zijn er, écht. Je krijgt dan erkenning van de mensen die je waarderen.