Herken je dit: als iemand iets zegt over een van jouw kunstwerken, dan raakt die opmerking je alsof hij het over jóu heeft in plaats van over je schilderij, textielwerk of beeld? Het lijkt alsof je je kunstwerk bént, er een eenheid mee vormt, en dat kritiek op je kunst ook directe kritiek op jou is.

Je hebt al je emoties, je hele ziel en zaligheid in dit kunstwerk gestopt. Als iemand daar niet laaiend enthousiast over is, dan voelt het alsof je door diegene wordt afgewezen.

Daarom vind je het lastig om je werk te laten zien. Thuis is het al spannend, want als een gezinslid je afwijst doet het helemaal pijn. Exposeren ook, want wat moeten de mensen wel niet van je denken als ze je kunst zien?

Je durft ook minder van jezelf, van je emoties of je mening, te laten zien in je werk. Je merkt dat je soms dingen doet waarvan je denkt dat ze anderen goed zullen bevallen. Kunst om anderen te pleasen.

Maar is het wel waar? Bén jij je kunstwerken? Misschien voelt het wel zo, maar toch is het niet zo. Een timmerman maakt een tafel, een kok kookt een maaltijd, maar ze staan toch echt los van hun tafel of maaltijd.

Natuurlijk, je bent (méér dan een timmerman of kok) zichtbaar in je werk. In je onderwerpkeuze, je stijl, je handschrift en materiaalhantering ben je uniek. Je voelt je er verbonden mee. Het zegt veel over jou. En tegelijkertijd is een kunstwerk iets wat je hebt gemaakt en wat dus buiten jou staat.

Hoe kun je hiermee omgaan? Ik heb een paar tips voor je:

Tip 1: Koppel jezelf in gedachten los van je kunst. Je maakt kunst, je bent het niet, ook al heb je het met hart en ziel gemaakt.

Tip 2: Smaken verschillen. Als iemand je kunst afwijst, wil dat niet zeggen dat hij jou daarmee afwijst. Het zou wel heel raar zijn als een vriend zou zeggen: “Wat heb je nou gemaakt? Een abstract werk? Nou, dan wil ik geen vrienden meer met je zijn.” Misschien is jouw kleding ook niet zijn smaak, maar dat maakt je niet veel uit, toch?

Tip 3: Laat je werk eerst zien aan iemand die weet waarmee je bezig bent, die jouw proces volgt en die je snapt. Misschien een kunstvriend(in), of een klein groepje waarmee je regelmatig werk bespreekt. Dat werkt alleen als je goed weet waarmee je bezig bent, anders laat je je (onbewust) door ze beïnvloeden en raak je van je eigen pad af.

Tip 4: Ga pas exposeren als je zélf zeker bent over je werk en kunt uitleggen waarmee je bezig bent. Als je weet waar je naartoe werkt, als je beseft dat het werk dat je laat zien een trede is op de trap naar jouw uiteindelijke doel en als je weet wat je volgende stap gaat zijn in die creatieve zoektocht.

Als je doorhebt dat je wel zichtbaar bent in je kunst, maar dat het tegelijkertijd maar een heel klein stukje van jouw totale persoonlijkheid onthult, dan ben je al een stap verder. Als iemand jouw werk niet mooi vindt, wil dat niet zeggen dat hij of zij jou niet ziet zitten. Een opmerking over je werk kan dan de aanleiding zijn voor een interessant gesprek, over jouw visie, jouw blik op de wereld en die van de ander.

Dan durf je je werk zonder terughoudendheid te laten zien. Je durft zelfs bij je tentoonstelling aanwezig te zijn en in gesprek te gaan met mensen over je werk. Je ziet opmerkingen dan niet meer als een persoonlijke aanval, maar als een interessante andere kijk op jouw werk, waardoor je misschien op nieuwe ideeën kunt komen voor een nieuwe invalshoek van jouw onderwerp!

Een goede stap op die weg kan een Kunst Krachttraining zijn. Na de training weet je welke kant je op wilt met je werk en stel je duidelijke criteria voor jezelf op. Je leert hoe je naar je werk kunt kijken om het zelf te beoordelen én hoe je je creatief zelfvertrouwen kunt vergroten. Daardoor kun je je optimaal ontwikkelen.