Bij het ontwikkelen van je creativiteit streef je naar zo origineel mogelijke oplossingen voor een beeldend probleem. Maar wanneer ben je eigenlijk origineel? Er zijn 5 fasen van originaliteit:

1. Imiteren

In het creatieve proces is imiteren de minst creatieve vorm van het maken van kunst. Je denkt dan bij het ontwerpen van een nieuw kunstwerk alleen aan voor de hand liggende beelden en bekende symbolen (zoals een hartje voor liefde). Met die ideeën maak je een kunstwerk. Of je kopieert de werkelijkheid, je schildert bijvoorbeeld zo precies mogelijk een foto na. Dat wordt meestal een nogal clichématig kunstwerk.
Vroeger was imiteren van bestaande kunstwerken dé manier om het ambacht onder de knie te krijgen. Er werd dan ook volop gekopieerd. De Romeinen begonnen met het namaken van de Griekse kunst die ze roofden. Later werden door kunstenaars op reis (delen van) bekende kunstwerken in schetsboeken gekopieerd, zodat ze thuis bij het maken van een nieuw schilderij voldoende voorbeelden hadden. Nog steeds kun je veel leren van het imiteren van het werk van een andere kunstenaar, maar laat het een oefening zijn.
2. Variëren
In het creatieve proces is variëren een manier om bekende vormen te gebruiken, maar daar toch een eigen draai aan te geven. Je bedenkt variaties op voor de hand liggende of bestaande beelden. Een variatie kan ook zijn: stileren van het beeld (de vormen vereenvoudigen) of abstraheren (minder herkenbaar of zelfs non-figuratief maken), een variatie op een bepaalde stijl of iets in een ander materiaal uitvoeren.

Marlene Dumas bijvoorbeeld neemt video’s, foto’s uit de krant en straatbeelden als bron voor haar werk. Deze beelden kopieert ze nooit letterlijk, maar ze bewerkt ze, past ze aan en geeft er zo een heel nieuwe wending aan. Francis Bacon werkt ongeveer op dezelfde manier: hij gebruikt krantenfoto’s van figuren, maar vervormt die figuren in zijn schilderijen zo dat ze echte ‘Bacons’ worden.

3. Combineren
Variëren en combineren staan qua originaliteit in het creatieve proces ongeveer op gelijke ‘hoogte’. Bij combineren neem je twee of meer bekende beelden, technieken of eigenschappen van materialen met elkaar, zodat er iets nieuws ontstaat. In een collage bijvoorbeeld combineer je meerdere foto’s tot een nieuw beeld.
Voor zijn ’Lotus’ combineerde Daan Roosegaarde een bolvorm met origami-achtige vormpjes, gemaakt van materiaal dat op je lichaamswarmte reageert. Als je langs de Lotus loopt, vouwen de ‘blaadjes’ dubbel en komt het licht uit de bol naar buiten.
4. Transformeren
Transformeren gaat over verandering. Het overgaan van de ene vorm in de andere, zoals de evolutie of het overgaan van de seizoenen in elkaar. Een gedaanteverandering van rups via pop tot vlinder.

Heb je wel eens gekeken naar de schilderijen van bomen van Piet Mondriaan? Hij imiteerde de werkelijkheid niet zoals die is, maar begon met stileren, abstraheren en kwam uit bij een totale transformatie van de werkelijkheid. Een boom werd bij hem uiteindelijk een soort bol met streepjes erin.

5. Creëren
Je maakt je eigen, oorspronkelijke beelden; dat is het hoogst bereikbare binnen de creativiteit. Maar bestaat dat wel? Originaliteit is een mooi streven, maar het is bijna onmogelijk te bereiken. Iedereen wordt onbewust beïnvloed: door de maatschappij, door familie en vrienden. Je kunt een ander standpunt innemen, maar echt nieuwe vormen bedenken is haast onmogelijk. Wel persoonlijke symbolen en een eigen beeldtaal, maar ook daarin zal er onvermijdelijk een invloed doorklinken.
Herken je jezelf ergens in deze fasen? Waar sta jij in je creatieve ontwikkeling? Laat het me weten, ik ben benieuwd!
Wil jij leren hoe je jouw kunst bijzonderder kunt maken? Hoe je met een idee kunt spelen? Wil je méér van je kunst maken, je verder ontwikkelen? Dat kan in de Kunst Krachttraining (zie onder ‘aanbod’ op deze site). Daar heb je je hele leven plezier van!