Hoor jij jezelf wel eens zeggen: “Ik heb nu gewoon even geen inspiratie!”, om dan iets anders te gaan doen? Het klinkt als een heel goede reden, want als je geen inspiratie hebt, kun je natuurlijk geen kunst maken, toch?

Uit deze uitspraak blijkt dat je gelooft dat er een kracht buiten jezelf zou moeten komen om je te geven wat je nodig hebt om te schilderen, boetseren, etsen, borduren, of welke techniek jij dan ook gebruikt!

“Nu kan ik even niet verder, ik heb een goed idee nodig.” Denk je dat er ergens in het heelal een idee rondvliegt, dat binnen afzienbare tijd vanzelf naar je toe komt?

Als je niet begrijpt waar dingen vandaan komen, ga je verhalen verzinnen om die dingen te verklaren. Creativiteit is zo’n moeilijk te verklaren begrip en daarom hadden de oude Grieken goden nodig om het uit te leggen. Ze verzonnen de negen Muzen, dochters van Zeus, die de Goddelijke creativiteit als een vonkje in zich droegen.

De Muzen waren de inspiratiebron van kunstenaars; als de Grieken gingen musiceren, dichten of een andere kunstvorm gingen beoefenen, begonnen ze altijd met een gebed naar de Muzen. De eerste zin van de Odyssee van Homeros is een aanroeping van de godin: “Vertel mij, Muze, over die man …” enzovoort. Het was zelfs gevaarlijk om niet tot de Muzen te bidden, want je zou als kunstenaar je talent en creativiteit kunnen verliezen!

Tegenwoordig weten we, na ruim 100 jaar onderzoek naar creativiteit, veel beter waar onze ‘inspiratie’ vandaan komt. Dat is niet van de Muzen, en ook niet van de heilige Lucas, beschermheilige van kunstenaars.

Maar als nieuwe ideeën niet van goden of heiligen komen, waar komen ze dan wel vandaan? Wat zorgt ervoor dat je het ene moment creatief bent en het andere moment niet? Wat maakt iemand meer of minder creatief dan groepsgenoten? Hoe kunnen we meer creatieve inzichten krijgen?

Als je intensief met een onderwerp bezig bent, en je brein daarna even rust gunt, legt je brein in die rustperiode verbindingen met andere delen van je brein en krijg je een idee. Eureka! Dat idee lijkt plotseling ‘uit het niets’ te komen, op een moment dat je wat rondlummelt, maar in werkelijkheid had het idee niet kunnen ontstaan zonder al je voorwerk. Bovendien is het zo dat hoe meer je weet, hoe meer algemene kennis je hebt, hoe meer mogelijkheden je brein heeft om verbindingen te leggen en dus op een goed idee te komen.

Gewoon aan het werk gaan is dus noodzakelijk om nieuwe inzichten te krijgen. Ga schetsen, afbeeldingen bestuderen, materiaalproeven doen, experimenteren met kleurcombinaties; doe alles waarvan je denkt dat het kan bijdragen aan een nieuw kunstwerk! En ga dán wandelen, naar de sauna, sporten of doe iets anders waarvan je brein tot rust komt. Meestal komt er dan een goed idee naar boven, een oplossing voor je beeldende probleem. “Oh, als ik het nou eens zó probeer…!”

Zeg dus nooit meer “Ik heb even geen inspiratie”, maar ga gewoon aan de slag. Dan pas krijgen ideeën een kans! Succes!