Nieuwe vrienden kwamen vorige week voor het eerst ons nieuwe paradijsje in Paraguay bekijken. In ons gastenhuisje hangt een schilderij van datzelfde gastenhuisje. Het is gemaakt door een Paraguayaans schilder in een realistische, ietwat primitieve stijl. De proporties kloppen niet, de mensen zijn bijvoorbeeld in verhouding tot het huisje te klein afgebeeld. Ik vind het een beetje somber van kleur, maar verder is het best een leuk schilderij.


Een van die vrienden, die weet dat ik kunstcoach ben, vroeg me hoe ik nou naar zo’n schilderij kijk, en hoe ik werk van kunstenaars ‘beoordeel’. Dat wordt me vaker gevraagd, dus misschien voor jou ook leuk om te weten.

Als ik zomaar een kunstwerk zie, in een museum, galerie of bij iemand thuis, kijk ik natuurlijk vanuit mijn eigen smaak en voorkeuren. Dat is een eerste, onbewuste reactie, variërend van ‘iew’ tot ‘wow!’

Ik vind, net als iedereen, sommige dingen heel leuk en andere minder. Ik houd bijvoorbeeld van de vormen en kleuren van dieren en ik houd van gedempte naturelkleuren in combinatie met heldere kleuraccenten. Ik houd van krachtige licht-donkercontrasten en van werk met wat humor en verrassingen. Dat zijn de elementen waarop ik meestal ‘aansla’.

Maar het komt ook vaak voor dat ik iets zie wat ik nog nooit eerder heb gezien, waarover ik mega enthousiast ben, dat precies de tegengestelde eigenschappen heeft. Ik ga gewoon puur op gevoel af.

Als ik naar het werk kijk van kunstenaars die ik begeleid, kijk ik heel anders. Ik kijk dan met mijn persoonlijke (en nogal vage) definitie van beeldende kunst in mijn achterhoofd: een niet-gebruiksvoorwerp met iets bijzonders, waardoor je er graag en lang naar wilt kijken en het iets in je ‘raakt’.

Ik zorg altijd eerst dat ik heel goed weet wat de kunstenaar wil, welke drijfveren zij/hij heeft, wat haar/zijn visuele voorkeuren zijn en in welke richting zij/hij zich wil ontwikkelen.

Vervolgens doe ik mijn best te kijken met objectieve ogen, hoe moeilijk dat ook is. Voor elk soort stijl zijn liefhebbers, dus ik probeer de specifieke stijlelementen ‘uit te zetten’ en te kijken of het werk het in zich heeft om interessant genoeg te zijn om een tijd in je kamer te hangen of zetten, zonder dat je er op uitgekeken raakt. Ik schat in of het emoties weet op te roepen.

Ook kijk ik naar hoe alle beeldelementen gebruikt zijn (vorm, kleur, textuur, licht, ruimte) en de effecten die daarmee zijn bereikt (zoals aandachtspunt, contrasten, proporties, balans, beweging enzovoort). Ik kan dan vragen of dat effect inderdaad de bedoeling was of niet.

Ik doe mijn best mijn mening nooit als een ‘beoordeling’ te laten klinken, zoals je vroeger een cijfer kreeg op school, maar als een waarneming zonder waardeoordeel, met de opmerking erbij dat als je iets op een andere manier zou doen, je het  effect krijgt dat meer past bij de gewenste doelstellingen.

Maar goed, ongetwijfeld klinken mijn eigen voorkeuren ook wel een beetje mee. Maar dat is niet erg. Ik zal nooit 100% neutraal zijn. Ik geef mijn mening met zo objectief mogelijke argumenten, en de kunstenaar is altijd vrij om mijn mening naast zich neer te leggen, geen enkel probleem.

Mijn eigen werk blijft altijd het moeilijkst om neutraal naar te kijken. Dat geldt voor jou waarschijnlijk ook. Je kent het ontstaansproces, je weet waar je sterk twijfelde en je blijft dat toch altijd als zwak of onzeker punt zien, ook al ziet niemand anders dat. Over je eigen werk ben je bijna nooit helemaal tevredenmaar dat is absoluut niet erg, als je maar bewust leert herkennen en benoemen over welke punten je wel tevreden bent en over welke niet. Pas dan kun je ervoor zorgen dat je die punten in een volgend werk anders of beter kunt doen. Je bent altijd in ontwikkeling, en dat is heerlijk, anders zou het maken van kunst snel saai worden!

Word dus de baas over je eigen oordelen, zodat je de juiste keuzes kunt maken in je kunst en in je leven. Ben jij al zover?