Ik hoor het elke week wel een keer: iemand die verzucht dat ze zo graag losser zou willen werken (tekenen, schilderen, boetseren, alle technieken komen voorbij).

De werkelijkheid tekenen is leuk, maar het wordt pas echt leuk als je er je eigen draai aan kunt geven. Niet klakkeloos tekenen wat je ziet, maar er echt je eigen stempel op drukken. Er meer een kunstwerk van maken dan een imitatie. Teveel amateurkunstenaars blijven steken bij het natekenen of schilderen van foto’s.

Toch is dat logisch. Je vasthouden aan de realiteit is veilig. Je kunt ‘toetsen’ of je goed bezig bent, door je kunstwerk te vergelijken met de werkelijkheid. Lijkt het op het origineel? Dan is het goed, dan vinden anderen het al snel ‘mooi’.

‘Losser’ werken is een stap richting onzekerheid. Je kunt je nog wel blijven vasthouden aan een foto als uitgangspunt, maar je wilt hem niet meer precies namaken. Je wilt spontaner werken, de grote vorm aanhouden maar daar losjes mee omgaan, zoals een jazzmuzikant om een muziekthema improviseert. Lekker losjes werken, je eigen inbreng laten zien, je eigen ‘stem’ laten horen.

Daarvan word je beslist onzekerder dan van een foto exact naschilderen. Je laat namelijk iets van jezelf zien, waarover mensen een mening kunnen hebben. Wat nou als iemand het lelijk vindt? Dan heb jíj het gedaan, je kunt niet naar de foto wijzen als excuus.

Zelf een beeld maken is nog veel enger. Je moet bedenken wat je gaat laten zien, een compositie maken, kleuren kiezen, uitpuzzelen hoe je er iets bijzonders van gaat maken. En dat allemaal zonder voorbeeld, helemaal uit je hoofd. Maar dan maak je wel iets echt unieks!

De eerste stap is het moeilijkst: het loslaten van de werkelijkheid.

Maar heb je dat eenmaal gedaan en krijg je door hoe je een beeld creëert waarover je tevreden bent, dan wil je nooit meer terug naar de beperkingen van de werkelijkheid. Dan ben je vrij en kun je maken wat je wilt!

Om die eerste stap te zetten heb ik een paar oefeningen voor je. Neem daarbij een foto (of een echt model/stilleven/landschap) als uitgangspunt. Doe de oefening, kijk daarna niet meer naar het voorbeeld maar laat je leiden door wat je al hebt gemaakt. Je kunt je tekening ook gebruiken als ontwerp voor een 3d-werkstuk.

Misschien heb je dergelijke oefeningen al wel eens gelezen. Maar heb je ze ook al eens echt gedaan? Pas dan werken ze!

Oefening 1: Verlengd penseel of potlood
Plak met tape een penseel of potlood aan een bamboestok of aan een lange houten kwast. Door de lengte wordt het potlood of penseel moeilijker te hanteren, waardoor de lijnen of vlakken vanzelf onregelmatiger en losser worden.

Oefening 2: Niet kijken
Zet je potlood of penseel op de juiste plaats, kijk dan alleen nog naar het onderwerp en teken of schilder zonder te kijken. Niet smokkelen! Doe eventueel een blinddoek voor.

Oefening 3: Verkeerde hand
Teken of schilder met je niet-dominante hand. Daarmee ben je letterlijk onhandiger, waardoor lijnen en vormen spontaner worden.

Oefening 4: Spiegelen
Teken of schilder het voorbeeld na, terwijl je naar je eigen teken- of schilderwerk kijkt via een spiegel. Je ziet dus ook je hand in spiegelbeeld en je bent dan snel de richting kwijt. Je werk wordt veel spontaner!

Als je deze oefeningen een paar keer hebt gedaan, weet ik zeker dat je de smaak te pakken hebt en ook zonder deze hulpmiddelen losser kunt tekenen.

Heel veel succes en mail me eens het resultaat van een oefening, ik ben heel benieuwd of het je helpt!