In het prachtige Paraguay zien we dagelijks kleurrijke vogels en fleurige bloemen, maar er zijn natuurlijk ook minder aantrekkelijke natuurverschijnselen. Eén daarvan zijn de ‘platte spinnen’. Ik heb geen idee hoe die spinnen in werkelijkheid heten, maar de naam platte spin is heel toepasselijk.

Deze spinnen zien er van bovenaf gezien enorm uit, ruim 5 cm doorsnee, maar van opzij zijn ze nauwelijks zichtbaar. Dit merkte ik pas toen ik een flink exemplaar wilde vangen: ik had een glas over hem heen gezet en wilde met een stukje karton onder de spin door om hem met glas en al naar buiten te brengen, maar ik kreeg het karton niet onder de spin geschoven. Hij was zo plat dat hij op de muur geschilderd leek. Lijf, kop, poten, alles is plat en de poten scharnieren alleen horizontaal.

Platte spinnen zijn een heel vreemd fenomeen – je verwacht niet dat spinnen van dat formaat zo plat zijn dat ze in de mini-spleetjes tussen hout van de deurpost en muur passen, dus je brein ziet ze als ruimtelijk. Het is eigenlijk het tegenovergestelde effect van een trompe l’oeil, waar je juist in een plat werk diepte ziet die er in werkelijkheid niet is.

De spinnen doen me ook denken aan de enorme spinnen van Louise Bourgeois, die het tegenovergestelde van plat zijn; die zijn zo hoog dat je er makkelijk onderdoor kunt lopen. Haar spinnen zijn letterlijk enorm ruimtelijk.

Ruimtelijkheid is één van de slechts vijf beeldelementen die een kunstenaar tot zijn of haar beschikking heeft. Met die vijf beeldelementen kan de kunstenaar oneindig veel verschillende visuele beelden maken.

In kunst kun je op heel verschillende manieren werken met ruimtelijkheid. Mogelijkheden, van ruimtelijk naar plat:

  1. Een driedimensionaal werk maken, dat is letterlijk ruimtelijk, je kunt er omheen lopen
  2. Een tweedimensionaal werk maken met reliëf, dus flinke dikte/ of hoogteverschillen
  3. Een twee- of driedimensionaal werk maken met textuur, een oppervlaktehuid van je werk die je kunt zien en voelen. Textuur kun je ook zien als een soort mini-reliëf, zoals dikkere verfklodders, vingerafdrukken in klei of harige textiel.
  4. Tweedimensionaal werk maken met gesuggereerde diepte, door gebruik te maken van beeldaspecten als schaduwen, overlapping, lijnperspectief, atmosferisch kleurperspectief, tegenstelling tussen scherpere lijnen vooraan en zachtere verder naar achteren. Ook textuur kun je suggereren met het maken van stofuitdrukking, het uitbeelden van een materiaal met een ander materiaal zoals verf. Het krijgt dan alleen een visuele textuur, die je niet kunt voelen.
  5. Een plat/glad tweedimensionaal werk maken zonder ruimtesuggesties (denk aan de knipwerken van Matisse).

Het kan heel verrassend zijn als je een kunstwerk ziet dat heel ruimtelijk aandoet, terwijl het in werkelijkheid zo plat als een dubbeltje is, net als de platte spin. Andersom, iets dat er van een afstand plat uitziet, maar dat van dichtbij gezien heel ruimtelijk blijkt te zijn, kan ook grote verwondering opwekken.

Ik ben de laatste weken weer veel met textiel bezig, gecombineerd met schilderen. Het leuke van textiel vind ik de ontelbare mogelijkheden die er zijn. Ik combineer nu breien, haken en borduren op eenzelfde geschilderde achtergrond, wat veel verschillende texturen oplevert. In een volgende stap kan ik zelfs delen opvullen of uit het ‘doek’ laten komen, waardoor het richting reliëf gaat.

Hoe gebruik jij ruimtelijkheid in je werk? Kun je op het gebied van ruimtelijkheid nog ‘verrassingswinst’ halen?