Op 4 oktober was het dierendag: een mooie aanleiding om dieren te tekenen. Daag jezelf eens uit en teken bewégende dieren en niet alleen maar dieren die net een tukje doen. Boetseren kan natuurlijk ook, of elke andere kunstvorm.

Dieren als ‘model’ kun je overal te vinden: in en om het huis (huisdieren, vogels op een voederplank in de tuin, de hond van de buren, een aquarium of terrarium), in een kinderboerderij, hertenkamp of een volière in het park, in een eendenvijver, in een weiland en natuurlijk in de dierentuin.

Dieren zitten niet netjes model. Daarom is het handig om ergens te gaan zitten waar een grote groep dieren van dezelfde soort is, zodat er altijd wel een van de dieren de houding aanneemt die jij tekent. Of andersom, als er maar één (bewegend) dier is: werk op één blad tegelijkertijd aan verschillende houdingen. Je kunt dan steeds met het dier mee veranderen en er is altijd wel een houding waaraan je verder kunt tekenen.

De meeste dieren bewegen continu. Daarom is het belangrijk om het dier dat je wilt tekenen eerst goed te observeren. Ga dus eerst een poosje heel goed zitten kijken. Welke houding neemt het dier vaak aan? Op welke plek zie je hem vaak terugkomen of langslopen? Zit je wel op de beste plek om het dier te zien?

Bij bewegende dieren is het belangrijk om heel snel de totale vorm van het dier neer te zetten om hem later uit te werken. Onderdelen van het dier kun je meestal nog wel te zien krijgen, maar de precieze houding komt waarschijnlijk nooit meer voorbij. Neem om dit te oefenen een tekenmateriaal waarmee je de totale vorm van het dier snel op papier kunt zetten, zoals een krijtje of een grafietstaafje (gebruik de zijkant) of aquarelverf. Leer jezelf aan in een paar seconden het hele dier grofweg neer te zetten. Teken een soort vlek, waarin je vaag het dier kunt herkennen, maar waar je wel de globale beweging van het dier ziet.

Als je de totale grove vorm op papier hebt, kun je gaan uitwerken, detailleren. Geef eerst met een paar lijnen de contour van het dier aan; laat de contour ín het dier doorlopen om te laten zien wat voor en wat achter zit. Zo krijgt het dier al iets meer vorm.

Maak schaduwkanten donkerder om ruimtelijkheid te laten zien. Teken vervolgens meer details, zoals ogen, schubben, nagels, enzovoort.

Belangrijke redenen om het échte dier na te tekenen in plaats van een foto:
Tegenwoordig heeft vrijwel iedereen een smartphone bij zich. Je kunt natuurlijk snel een foto maken van het dier in een houding die je bevalt en die gewoon natekenen. Dat is misschien gemakkelijk, maar juist het tekenen van een bewegend dier heeft veel voordelen:

  • Je gaat veel vrijer werken, niet te precies/minder nauwkeurig (dat is namelijk onmogelijk), minder krampachtig
  • Je gaat sneller tekenen (je móet wel!), waardoor je meer oefening krijgt en daardoor ook sneller leert
  • Je gaat meer durven, je krijgt meer lef
  • Je tekening wordt levendiger
  • Je ontwikkelt een eigen handschrift, doordat je niet vastzit aan de vormgeving van de foto


De snelle schetsen die naar de realiteit zijn gemaakt stralen vaak veel meer energie uit dan als je een foto natekent, ook al klopt de tekening niet helemaal (of zelfs helemaal niet) met de werkelijkheid. Het gaat je toch om een leuke tekening?