Ik heb ruim 20 jaar lang elke zaterdagochtend in Artis getekend, van 10 tot 12 uur ’s morgens. Dan is het heerlijk rustig in de dierentuin: geen schoolreisjes, alleen opa’s en oma’s met kleinkinderen en een enkel klein gezin.

Het tekenen van levende dieren is sowieso al een uitdaging: ze bewegen! Ook al lijkt een schildpad soms te slapen, als je hem langer dan een minuut bekijkt zal je merken dat zijn kop toch heen en weer gaat en hij zijn poten in en uit trekt. Maar dat maakt het voor mij juist leuk.

Tekenen als er mensen over je schouder meekijken is even wennen. Vooral omdat mijn persoonlijke kwelmonsters dan flink de kop opstaken: dit lijkt toch nergens op, ik kan echt niet tekenen, wat doe ik hier eigenlijk, en nog veel meer onaangename praatjes speelden in mijn hoofd.

Soms ging het een tijdje lekker, tekende ik vlotjes en merkte ik dat het steeds gemakkelijker ging. De ene na de andere tekening ‘lukte’ en ik had er veel plezier in.

Soms ging het een paar weken helemaal NIET. Dan kwam er niets uit mijn handen, niets liep zoals ik wilde en ik was puur ontevreden over de tekeningen.

Na een paar jaar begon ik daar een patroon in te ontdekken.

Ik ontdekte iets, bijvoorbeeld hoe ik door dikkere en dunnere lijnen af te wisselen meer dynamiek in het dier kreeg. Dat ging eerst aarzelend, ontdekkend, maar in de loop van de tijd met steeds meer vanzelfsprekendheid. Het ging steeds beter. Ik kreeg er steeds meer lol in.

Tot ik een grens bereikte. Ik had ‘het trucje’ door en het leek of ik stilstond in mijn ontwikkeling. Wekenlang ploeterde ik op dezelfde manier door. Ik zag dat er iets miste, maar ik wist nog niet wat. Alles ‘mislukte’.

Ineens kwam ik dan iets tegen, in een boek of op een tentoonstelling, waardoor ik zag wat ik nog nodig had. Bijvoorbeeld dat je een lijn ook kunt doortrekken buiten het dier, waardoor het er beweeglijker uitziet. Dat ging ik dan in Artis uitproberen en dat zorgde dan voor een nieuwe opleving en ontwikkeling in mijn tekeningen.

Tijdens zo’n periode van stagnatie was ik gefrustreerd en dacht ik dat ik een grote mislukking was. Maar op een gegeven moment zag ik dat er na zo’n periode van stilstand altijd een nieuwe groeiperiode volgde. Dan ga je weer als een speer vooruit.

Dat kun je alleen achteraf zien. Op zo’n frustratiemoment denk je echt dat het eind van de wereld is genaderd. Je hoort weer al die kwelmonsters in je hoofd schreeuwen dat je waardeloos en lui bent. Maar even later heb je het weer te pakken.

Tip: kijk eens naar kunstwerken die je lang geleden hebt gemaakt, en vergelijk ze met wat je de laatste tijd hebt gemaakt. Ik neem aan dat je dan toch wel vooruitgang ziet, toch? En daar gaat het om!