Ik heb vandaag een feestelijk gevoel, want de tekst van mijn nieuwe boek over creatief zelfvertrouwen is bijna af! De geweldige illustraties, die illustratrice Milly Bakker maakt, zijn ook zo goed als klaar, dus over een paar weken kan ik je al een voorproefje geven. Én de inschrijving voor de Kunst Krachttraining in Zwolle is nu open. Partytime!

Bij feest horen slingers. En slingers zijn nooit donkerbruin. Slingers, ballonnen en andere feestartikelen zijn altijd felgekleurd: rood, geel, blauw, paars, oranje, groen. De primaire en secundaire kleuren dus. De kleuren die je in je doos met kleurpotloden en in tubes verf vindt, die je zó uit de tube gebruikt, zonder te mengen.

Als je de primaire en secundaire kleuren bij elkaar gebruikt en lekker feestelijk tegen elkaar laat afsteken, dan noem je dat ‘kleur-op-kleur-contrast’. De kleuren zijn ‘verzadigd’, vol met pigment en niet vergrijsd.

Die felle kleuren zie ik vaak in kunst. Schilderijen vol knalkleuren, kleur-op-kleur-contrast, met een heel feestelijke uitstraling. Ook driedimensionaal gekleurd werk kan deze kleuren hebben (denk aan de beelden van Niki de Saint Phalle). Het nadeel: doordat je overal verzadigde kleuren ziet, je weet niet waar je moet kijken. Alle kleuren schreeuwen om aandacht.

“Ik houd nou eenmaal van kleur!” zeggen cursisten vaak. En wie houdt er nou niet van kleur?

Als je van kleur houdt, wil je juist graag de kleur optimaal tot zijn recht komt, toch? Kijk eens naar foto’s bovenaan deze tekst. Op de eerste foto zie je vrolijke ballonnen. Als je dit zou schilderen, kun je de kleuren zó uit de tube gebruiken. Het zijn primaire en secundaire kleuren, en ze concurreren daardoor enorm met elkaar. Je weet gewoon niet waar je moet kijken, zoveel kleur zie je.

Kijk nu eens naar de tweede foto. Daar trekt je oog meteen naar de oranjerode bloem. Alles er omheen is geschilderd in tertiaire kleuren, vergrijsde groen- en bruintinten. Daardoor valt het oranjerood juist zo op! En toch is de achtergrond niet saai of kleurloos. Integendeel, juist de combinatie van verzadigde en vergrijsde kleuren maakt het zo spannend.

De kleuren die je in verftubes (of kleurpotloden, pastelkrijt, enzovoort) koopt, zijn vaak basiskleuren, bedoeld om zelf je eigen kleur te kunnen mengen. De producent weet niet welke precieze kleur jij wilt gebruiken en geeft je dus de ingrediënten om jouw doel te kunnen bereiken. Maar veel mensen gebruiken die basiskleuren zo direct in hun werk.

Houd je van kleur? Zoek dan eens naar een manier om die kleur optimaal tot zijn recht te laten komen. Niet door er heel veel van te gebruiken, maar juist door de kleur te doseren en in contrast met minder verzadigde kleuren te gebruiken. Veel succes!