Weet je waarom chirurgen meestal groene operatiejassen dragen? Als je wel eens een poosje naar iets roods hebt gestaard, en je keek daarna naar een witte muur, dan zag je een groen ‘nabeeld’ (probeer het maar eens!). Chirurgen zien veel bloed, veel rood. Als ze opkijken naar een collega met een witte jas, zouden ze steeds groene nabeelden zien en dus steeds vlekken voor hun ogen hebben. Een groene jas zorgt ervoor dat die vlekken worden geneutraliseerd, en dat kijkt veel rustiger!

Dit heeft te maken met het begrip ‘simultaancontrast’. Simultaan (= tegelijk) met een kleur zie je altijd de tegengestelde kleur. Daardoor krijg je op de scheidslijn van twee kleuren soms vreemde, onrustige kleureffecten. Door dit simultaaneffect kan een kleur er naast de ene kleur heel anders uitzien dan naast een andere kleur. Neem bijvoorbeeld een stukje grijs papier en leg het op een paars vlak; het grijze papier zal een geel-achtige gloed hebben (geel is de complementaire kleur van paars). Leg je hetzelfde grijze papier op een groen vlak, dan lijkt het ineens veel roder (rood is de complementaire kleur van groen).

Kleuren beïnvloeden elkaar als je ze gelijktijdig ziet. Een kleur kan zo sterk door een andere kleur ernaast worden beïnvloed, dat je hem als een andere kleur ziet! Het maakt dus veel uit welke kleur je bijvoorbeeld kiest voor de achtergrond van een portret!

Het simultaancontrast is waarschijnlijk het minst bekende kleurcontrast, maar wel een belangrijke! Je oog wil het liefst alle drie de primaire kleuren in een kunstwerk zien, dus geel, rood én blauw. Het gaat zoeken naar de kleur die er niet is; je oog wordt onrustig. Sterker nog: je oog gaat vanzelf de complementaire kleur zien als die er niet is!

(Even tussendoor: complementaire kleuren zijn kleuren die in de kleurencirkel tegenover elkaar liggen. Tegenover geel ligt paars, tegenover rood ligt groen en tegenover blauw ligt oranje. De complementaire kleur bestaat dus steeds uit een menging van de twee andere primaire kleuren.)

Je oog vindt het heel prettig als alle primaire kleuren te zien zijn.

Die kleuren kunnen ook in een menging voorkomen. Als een kleur in een kunstwerk domineert, bijvoorbeeld je hebt voornamelijk blauwtinten gebruikt, dan zoekt je oog automatisch de complementaire kleur (oranje) in het werk om evenwicht tot stand te brengen. Het kan dan voldoende zijn om een klein puntje van die complementaire kleur ergens in het werk te plaatsen, waardoor je oog balans vindt. In de blauw/paarse bessen op de aquarel bovenaan dit artikel is een beetje geel/oranjebruin in een takje voldoende om je ogen tevreden te stellen.

In de natuur zijn de drie primaire kleuren altijd al vertegenwoordigd. Groen van bladeren wordt afgewisseld met bruine takken of boomstammen, waar altijd rood in gemengd zit. Goudgeel riet steekt af tegen de blauwe lucht. Rode besjes zijn een mooie aanvulling op groene hulst. Daarom is wandelen in de natuur zo rustgevend!