Spelen is de beste manier om te leren. Als je speelt, vind je het niet erg om fouten te maken. Sporten is spelen: je doet het puur voor je plezier (en misschien om je spieren te gebruiken en wat overbodige calorieën te verbranden).

Als je aan sport doet, vind je het normaal dat je moet trainen om beter te worden, om vooruit te gaan. Neem nou de golfsport: volwassen mensen proberen met een onhandige stok een klein balletje 300 meter verderop in een gaatje te krijgen. Iedereen snapt dat dat niet in een keer lukt, dus golfers zijn bereid jarenlang te oefenen. Ondanks dat ze steeds ‘mislukken’, spelen golfers voor hun plezier, want door de oefening worden ze steeds beter!

Zo werkt het ook met creativiteit: je bent niet zomaar vanzelf creatief, daaraan gaat jarenlange training vooraf. Als je ‘creatiever worden’ ook als een sport of spel benadert, vind je het niet erg als iets niet lukt, ben je bereid door te zetten en te oefenen.

Je brein is een patronenmaker en je eerste idee is dus vrijwel altijd een cliché-idee. Bij een creatief idee moet je juist patronen doorbreken. Vrijuit kunnen spelen helpt daar enorm bij. Hieronder vind je een paar speelse oefeningen om je creativiteit te stimuleren. Maak er dus geen super-kunstwerken van! Gewoon lekker bezig zijn met beelden, zonder een ander doel dan je brein te oefenen flexibeler te worden. Net als bij elk spel (of sport) ben je gewoon aan het trainen.

Speltips voor meer creativiteit:
1. Droedel
Gewoon wat krabbelen met een fineliner op papier, droedelen dus, is ook een geweldige vorm van creativiteitstraining. Door te krabbelen schakelt je brein voornamelijk over naar de rechter hersenhelft, die veel associatiever denkt. Je zet een paar lijnen, voegt meer lijnen toe en langzaam ontstaat er een figuurtje of een abstract bouwwerkje, kleine tekeningetjes zonder betekenis. Het is niet de bedoeling ze in een museum te hangen! Gewoon lekker krabbelen en genieten, er is geen mooi of lelijk. Zet lijnen, verbind punten, vul vlakjes met patronen, fantaseer erop los.

2. Verknipt
Maak een aantal fotokopieën van een portret. Verknip de kopieën en stel een heel nieuw portret samen. Je kunt het met potlood of verf aanvullen.

3. Dieren kruisen
Knip een paar foto’s van dieren uit en ‘kruis’ de dieren met elkaar. Knip onderdelen los, schuif, draai om, combineer. Als het een lelijk mormel wordt: ook goed!

4. Ander standpunt
Neem een camera of je telefoon en ga willekeurige foto’s maken. Verander je standpunt eens: houd de camera heel dichtbij, schuin, laag of op z’n kop. Maak foto’s zomaar zonder te kijken en verbaas je over het resultaat. Gebruik je foto’s later voor nieuwe ontwerpschetsen.

5. Doorkijken of spiegelen
Maak foto’s door iets heen. Door gaas, door (gekleurd) glas, door (gekreukeld) plastic, door een beslagen raam, door water of door een koker. Of maak foto’s van vreemde spiegelingen. Experimenteer met de verschillende vervormingen van het beeld. Laat vormen ontstaan die niet (of maar net) te herkennen zijn. Je gaat door deze oefening op een nieuwe manier kijken naar voorwerpen.

6. Vlekkerig
Maak met verf willekeurige vlekken op papier, of knip/scheur uit papier of stof willekeurige vormen en leg die op een ondergrond. Draai het rond, kijk van alle kanten; wat zie je erin? Speel met de vlekken of vormen: voeg lijnen (draden) toe, vul aan met potlood, verf of borduurwerk. Doe er niet te lang over, maar maak er zoveel mogelijk. Een veelbelovend experiment kun je later uitwerken.

7. Stronken, takken, stenen …
Zoek in de natuur op de grond naar losliggende stronken, grillige takken, vreemd gevormde stenen, zaden en andere natuurlijke voorwerpen. Waar lijkt de vorm op? Kijk associatief; bekijk hem van alle kanten, op z’n kop, draai hem rond, totdat je een idee krijgt en iets in de vorm ziet. Versterk dat met verf, lijm, takjes, mes (snijden), zelfhardende klei, papier-maché, eventueel veren enz.

Speelmogelijkheden genoeg dus! Speel zoveel mogelijk: experimenteer, rommel wat aan. Geef jezelf een opdracht waar veel verschillende oplossingen voor zijn, zodat je nog alle kanten uit kunt. Zorg dat je van tevoren nog geen beeld in je hoofd hebt wat je gaat maken. Speel met vormen en verras jezelf! En zeg nou zelf: spelen met vormen en kleuren is toch eigenlijk veel leuker dan spelen met een bal? Veel plezier!